Gebruik geen pesticiden
Home Bestrijdingsgids Ongewenste planten In borders
Document acties

In borders

Een border is een aanplant met kruidachtige planten of klein blijvende sierstruiken of heesters. Een border is geschikt als overgangsbegroeiing tussen hoge en lage elementen in de tuin. Ongewenste planten kunnen tussen de gewenste groeien.

In bordersVoorkomen

  • Door een trapsgewijze opbouw van de beplanting krijgen alle planten voldoende licht en lucht. De lage planten komen vooraan, dan de middelhoge en daarachter de hoge die op hun beurt aansluiten bij de struiken of haag.
  • Laat afgestorven plantendelen staan zonder de stengel door te snijden. Veel planten hebben holle stengels. Als u die doorsnijdt, loopt er bij regenweer gemakkelijk water in. De plant rot gemakkelijker. Na een regenperiode gevolgd door vorst, bevriest de plant en sterft af. Afgestorven plantendelen leveren een bijdrage aan de biodiversiteit als schuilplaats en voedsel voor heel wat beestjes.
  • Kies planten die geschikt zijn voor de standplaats. Houd bij de plantenkeuze rekening met bodemtype, lichtbehoefte, schaduw of wind. Als je planten op een ongeschikte standplaats zet, krijg je problemen met watertoevoer, voedselopname en ziekten. Bemesten, gieten en ziektebestrijding zijn dan een onvermijdelijk gevolg.
  • Combineer planten uit gelijkaardige biotopen. Kijk de beschrijvingen van de plant erop na en/of controleer de lijsten van de plantengemeenschappen hieronder. Elk gemeenschap werd samengesteld in functie van een bepaalde bodemgesteldheid en lichtbehoefte. Het gaat hier om combinaties die weinig verzorging vragen. De lijsten zijn niet limitatief.

Alternatieven

  • Kruidbeheer in de zonneborder betekent wieden.
  • Schoffel en hark heb je niet nodig. Die zorgen immers voor verstoring van de bodem, waardoor éénjarige ongewenste kruiden kans krijgen om te groeien.
  • Grassen groeien heel gemakkelijk in een zonneborder. Haal ze weg door ze met de hand uit te rukken. Je kan ze meestal niet met de wortel en al uittrekken maar je hebt in elk geval de meeste grassprieten en een deel van de wortels mee. Dit heet ‘grazen’. Als je dat in het voorjaar een keer of twee doet dan krijgen de vaste planten op die manier een voorsprong op de grassen.

 

Volle zon, vochtige bodem

Wilde bertram (Alchillea ptarmica) 
Groot duizendblad (Achillea filipendula)
Koninginnekruid, leverkruid (Eupatorium cannabinum)
Venkel (Foeniculum vulgare)
Daglelie (Hemerocallis lilioasphodelus)
Puntwederik (Lysimachia punctata) 
Gewone wederik (Lysimachia vulgaris) 
Groot kaasjeskruid (Malva sylvestris)

Volle zon, droge bodem

Krokus (Crocus vernus)  
Bloedooievaarsbek (Geranium sanguineum)
Hyssop (Hyssopus officinalis)  
Veldlathyrus (Lathyrus pratensis) 
Voorjaarslathyrus (Lathyrus vernus)
Wilde marjolein (Origanum vulgare) 
Echte salie (Salvia officinalis)

Veldsalie (Salvia pratensis) 

Schaduw, droge grond

Bosanemoon (Anemone nemorosa) 
Meiklokje (Convallaria majalis) 
Lievevrouwbedstro (Galium odorata)
Salomonszegel (Polygonatum multiflorum) 
Slanke sleutelbloem (Primula elatior)

Schaduw, vochtige grond

Wijfjesvaren (Athyrium filix-feminina) 
Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) 
Hondsdraf  (Glechoma hederacea)
Sneeuwklokje (Galanthus nivalis) 
Wilde boshyacint (Hyacinthoides non-scripta)
Slanke sleutelbloem (Primula elatior)
Gewoon bosviooltje (Viola riviniana)

Schaduw, winternatte oevers

Muskuskruid (Adoxa muschatellina) 
Gele anemoon (Anemone ranunculoides)  
Wijfjesvaren (Athyrium filix-feminina) 
Ruig klokje (Campanula trachelium) 
Sneeuwklokje (Galanthus nivalis) 
Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon)
Slanke sleutelbloem (Primula elatior)