Gebruik geen pesticiden
Home Pesticiden gebruiken Afwijking van verbod Procedure 1 - generieke afwijkingen

Procedure 1 - generieke afwijkingen

Procedure 1 bevat een lijst met generieke afwijkingen, waarbij bepaald wordt door wie en onder welke omstandigheden bepaalde pesticiden mogen gebruikt worden.

De generieke afwijkingslijst bevat een aantal soorten waarvan is gebleken dat alternatieve bestrijding heel moeilijk is. In de lijst worden voorwaarden opgesomd over waar, door wie, met welke methode en onder welke omstandigheden deze soorten chemisch bestreden mogen worden. Per soort is dus een pragmatische aanpak opgenomen om het probleem aan te pakken. Meestal is dit een geïntegreerde aanpak waarbij alternatieve methoden aangevuld worden met, in een bepaalde fase, het gebruik van pesticiden.

Er hoeft zolang de voorwaarden gerespecteerd worden geen expliciete afwijkingsaanvraag ingediend worden. Het productgebruik hou je wél bij. Als openbaar bestuur rapporteer je het pesticidengebruik vóór 1 april van het volgende gebruiksjaar met vermelding van het afwijkingsnummer dat in de lijst te vinden is.

Elk jaar wordt de lijst geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten. De afwijkingen op de lijst van 2017 zijn nu niet meer geldig, je kan hem nog wel raadplegen voor je rapportering in 2017. De lijst voor 2018 is in het Belgisch staatsblad verschenen. Deze link brengt je naar de juiste bladzijde van het staatsblad.

Voor 2018 bevat deze lijst onderstaande een plant, vier dieren en een schimmel die onder specifieke omstandigheden chemisch bestreden mogen worden.

 

Bruine rat

Nesten van kolonievormende wespen

Japanse en andere duizendknopen

Eikenprocessierups

Zwarte rat

Chytridium

OPGELET
  1. Amerikaanse vogelkers staat niet meer op de lijst.
  2. Japanse duizendknoop mag alleen nog door middel van injectie bestreden worden.
Houd rekening met de randvoorwaarden die opgenomen zijn in de fiches. Als je de soort terugvindt, maar onder andere randvoorwaarden wilt behandelen, val je onder Procedure 3.

 

Afwijkingsnummer

GL2018-01

Bestrijding van de bruine rat - Rattus norvegicus

Product

Rodenticides met als werkzame stof bromadiolone of difenacoum in 0,005%, die volgens de toelatingsakte geschikt zijn voor het bestrijden van de bruine rat buiten, in open terrein, langs waterlopen en wegen.

Omstandigheden

Afgeschermd uitgelegd in bakken of buizen. Alleen voor curatief gebruik na het vaststellen van ratten.

Alternatieve methoden

Preventief kunnen voedselvoorraden (compost, voederbakken,…) en de toegang tot gebouwen, leidingen en infrastructuur beter worden afgeschermd.

Vallen en klemmen bestaan in vele soorten. Bevuil de klem niet met mensengeur. Draag handschoenen.

Verantwoording

Naast de materiële knaag-, vraat- en graafschade die ratten kunnen aanbrengen, zijn ze ook drager van pathogenen (zoals Salmonella spp., Toxoplasma gondii en allerlei bacteriën, parasieten en virussen) die overgedragen kunnen worden naar vee, huisdieren en mensen. Vooral de bruine rat is een grote verspreider van ziekten, omdat ze opdaagt in landbouwgebieden, industrieterreinen en in gebouwen en daardoor de leefomgeving betreedt van vee, bevolking en huisdieren.

De graafschade, vooral aan dijken, vormt een bedreiging voor de veiligheid van de mens.

De bruine rat moet bestreden worden volgens de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen (en zijn koninklijke besluiten).

De niet-chemische bestrijdingsmethoden zijn niet altijd afdoende om een rattenplaag te bestrijden of te verhinderen maar in veel gevallen kunnen ze wel de inzet van chemische middelen beperken.

Afwijkingsnummer

GL2018-02

Bestrijding van kolonievormende wespen - Vespidae

Product

Biocide met een toelating voor het bestrijden van wespen buiten gebouwen.

Omstandigheden

Alleen op plaatsen waar er als gevolg van de aanwezigheid van kolonievormende wespen een gevaar is voor mensen zoals op speelterreinen, aan gebouwen, …

Alternatieve methoden

Hoe vroeger op het seizoen, hoe eenvoudiger het is om de volledige wespenkolonie te vangen. Als de koningin vanaf begin april opgemerkt wordt, vang dan direct de koningin en haar nest.

Op kleine schaal is het mogelijk om wespenvallen te gebruiken. Dit zijn fuiksystemen waar wespen wel in maar niet meer uitgeraken. De lokstof is best zoet en waterig om aantrek en verdrinking van de wespen in de hand te werken. Zoete vloeistoffen met een beperkte hoeveelheid alcohol voldoen hier het best.

Mechanisch kan de wespenkolonie bestreden worden, door de kolonie te vangen in een jutezak en die te verbranden. Laat dit over aan de specialist.Wespen keren terug naar hun nest als het donker is. Het verwijderen van het nest gebeurt dan ook best ’s avonds als het donker is.

Niet te verwarren met hommels en bijen, die een beschermde status genieten.

Verantwoording

Bepaalde kolonievormende wespen kunnen agressief zijn. Vooral in de nabijheid van kinderen kan dit een gevaar betekenen.

De alternatieve methoden voor het verwijderen van wespen zijn niet zonder gevaar voor diegene die het wespennest verwijdert.

 

Afwijkingsnummer

GL2018-05

Bestrijding van Japanse duizendknoop en andere uitheemse duizendknopen - Fallopia spec.

Product

Alleen injectie is toegestaan met een herbicide dat is toegelaten voor injectie van duizendknopen.

Omstandigheden

Alleen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  1. er gebeurt geen bladbehandeling;
  2. de aanbevolen bestrijdingsperiode loopt van 15 augustus tot en met 15 september;
  3. het product wordt gebruikt door middel van injectie (indien hiervoor erkend en alleen met gespecialiseerde apparatuur) en volgens de toelatingsvoorwaarden zoals opgenomen in de toelatingsvoorwaarden van het gebruikte product, te vinden op www.fytoweb.be;
  4. de bestrijding gebeurt met het oog op het lokaal uitroeien van de haard;
  5. de volledige groeiplaats wordt aangepakt om hergroei of herkolonisatie te vermijden. Voor groeiplaatsen die verspreid zijn over percelen van meerdere terreinbeheerders moet  een gezamenlijke aanpak gegarandeerd worden
  6. er is niet meer dan één behandeling per jaar en er worden maximaal twee bestrijdingen met pesticiden uitgevoerd per locatie;
  7. na de bestrijding met pesticiden wordt de situatie gedurende een periode van minimaal 5 jaar opgevolgd en waar nodig worden overlevende fragmenten opgegraven en afgevoerd naar een erkende composteerder;
  8. na het nazorgtraject van 5 jaar kan de behandeling met pesticiden herhaald worden;
  9. de bestrijding gebeurt niet binnen een zone van 1 meter langs het oppervlaktewater.

Alternatieve methode

Inplanten met wilgen (natte standplaats) of hazelaar (drogere standplaats) kan zorgen voor een onderdrukking van Japanse duizendknoop.

Het uittrekken of uitsteken van volgroeide planten is haalbaar bij lage dichtheden, wanneer de soort nog geen groot areaal heeft ingenomen. De wortelstokken worden best mee uitgegraven.

Frequent maaien is heel intensief maar kan werken op arme grond. Mijd zeker klepelmaaien, die methode zorgt voor verspreiding van Japanse duizendknoop door het wegslingeren van plantenfragmenten zoals wortelstokken die mogelijk opnieuw kunnen wortelen.

Maaiafval – niet met gewoon groenafval – afvoeren  naar gespecialiseerd composteringsbedrijf of opslaan in lichtvrije verpakking. Dit om verspreiding van de soort te voorkomen.

Verantwoording

Deze niet-inheemse soorten van de duizendknoop kennen een enorme uitbreiding doorheen Europa. Op plekken waar ze voorkomen wordt de overige vegetatie weggeconcurreerd. Dit resulteert in een bedreiging voor de biodiversiteit. De groeikracht van de plant kan schade veroorzaken aan wegen en kunstwerken. Het grootste probleem voor alternatieve bestrijding is het ondergrondse deel van de plant. Ondergrondse stengels zijn moeilijk te verwijderen en als ze niet verwijderd worden, vormt zich een nieuwe plant.

 

Afwijkingsnummer

GL2018-06

Bestrijding van eikenprocessierups - Thaumetopoea processionea

Product

Federaal erkende producten met als werkzame stof Bacillus thuringiensis. Welk product dit is, kan jaar per jaar verschillen. De omzendbrief van de provincies brengt u hiervan op de hoogte.

Omstandigheden

Alleen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan

  1. er gebeurt geen bestrijding in gebieden van het VEN tenzij daar een ontheffing voor verleend werd door het ANB;
  2. de bestrijding gebeurt volgens de voorwaarden in de federale erkenning of de tijdelijke toelating van het gebruikte product;
  3. het product wordt alleen toegepast op het einde van het tweede en in het derde larvaal stadium. De jaarlijkse omzendbrief van de provincie geeft hiervoor een termijn aan;
  4. het product wordt alleen toegepast binnen de bebouwde kom, langs aangeduide wandelpaden en fietsroutes en in de directe omgeving van publiek belangrijke plaatsen zoals scholen, speeltuinen, recreatiedomeinen, sportterreinen, begraafplaatsen,…
  5. het gebruik van het product maakt deel uit van een gecoördineerde aanpak in combinatie met alternatieve methoden;
  6. het steunen van verder onderzoek naar de processierups en haar monitoring door onder meer het bijhouden van het voorkomen, de bestrijdingsresultaten en het productgebruik volgens de richtlijnen van de provincies;
  7. er gebeurt communicatie naar de bewoners.

Alternatieve methoden

Branden en opzuigen zijn efficiënte methoden en kunnen erg specifiek worden toegepast. Bij beperkte haarden vormen zij de voorkeursmethoden.

Verantwoording

Eikenprocessierups heeft vanaf het derde rupsenstadium brandharen op het lichaam. Deze brandharen vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid wanneer zij loskomen. De allergische reacties die hierdoor optreden kunnen aanzienlijk zijn.

Hoewel dit middel biologisch is, is het niet-selectief. Dat wil zeggen dat veel vlinderrupsen die in het voorjaar op eikenloof leven, hieraan kunnen sterven met mogelijk ook indirecte gevolgen op het ecosysteem.

Branden en opzuigen zijn kostelijker vanwege langere tijdsduur en daardoor niet steeds haalbaar op locaties met een hoge plaagdruk.

Een geschikte monitoringsmethode is cruciaal om probleemzones van het volgend jaar te identificeren en de bevolking te informeren over de verwachte hinder en het nemen van maatregelen. Op die manier kan sterk bespaard worden op uitgaven voor bestrijding.

 

Afwijkingsnummer

GL2018-07
Bestrijding van zwarte rat – Rattus rattus

Product

Rodenticides die volgens de toelatingsakte geschikt zijn voor het bestrijden van zwarte rat rondom gebouwen.

Omstandigheden

Afgeschermd uitgelegd in beveiligde lokaasdozen in de onmiddellijke omgeving (<1m) van gebouwen.

Alternatieve methoden

Preventief kunnen voedselvoorraden (compost, voederbakken,…) en de toegang tot gebouwen, leidingen en infrastructuur beter worden afgeschermd.

Vallen en klemmen bestaan in vele soorten. Bevuil de klem niet met mensengeur. Draag handschoenen.

Verantwoording

Zwarte ratten zijn vooral te vinden in gebouwen met veel schuil- en nestplaatsen. Zwarte ratten zijn uitstekende klimmers. In tegenstelling tot de bruine rat is de zwarte rat geen goede zwemmer en treft men haar zelden aan in de nabijheid van water. Net zoals de bruine rat kan de zwarte rat ziektes overbrengen waaronder de pest en trichinose de meest bekende zijn.

Bestrijding is vooral belangrijk als een schuur of loods leeg komt te staan en er geen voedsel meer is voor de zwarte rat. Dan verlaat de zwarte rat het gebouw op zoek naar voedsel. Bestrijding is op dat moment rondom het leegstaande gebouw wenselijk.

De zwarte rat moet bestreden worden volgens de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen (en zijn koninklijke besluiten).

De niet-chemische bestrijdingsmethoden zijn niet altijd afdoende om een rattenplaag te bestrijden of te verhinderen.

 

Afwijkingsnummer

GL2018-08
Ontsmetting van materiaal ter preventie van Chytridiomycose

Product

Desinfecteermiddelen die volgens de toelatingsakte geschikt zijn voor het ontsmetten van materialen.

Omstandigheden

Alleen wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

(1) toegepast voor het ontsmetten van materialen zoals fuiken, netten, laarzen, … die mogelijk in contact kwamen met besmet water;

(2) niet binnen een zone van 6 meter langs het oppervlaktewater;

(3) alleen als het gebruikte product de bodem niet kan verontreinigen door bijvoorbeeld het gebruik van een plastic zeil onder het te ontsmetten materiaal of het ontsmetten in plastic containers.

Alternatieve methoden

Volgen van het bioveiligheidsprotocol van het ANB voor chytridiomycose: het beperken van veldwerk in risicogebieden, het wegblijven uit bekende ziektehaarden, de routinematige ontsmetting van vangfuiken, het reinigen van schoeisel, dienstvoertuigen en boten, en het gebruik van een tweede set laarzen of waadpak bij het bezoeken van meerdere gebieden.

Verantwoording

Chytridiomycose veroorzaakt een grote sterfte onder inheemse amfibieënpopulaties. In het kader van monitoring en wetenschappelijk onderzoek blijven vangsten nodig. Om de verspreiding van de schimmel een halt toe te roepen moet het materiaal ontsmet worden. In het veld is dat enkel haalbaar doormiddel van

Document acties